Leren van het verleden: volledige vrijheid en in alles zelfvoorzienend


Geen elektriciteit, geen gas en geen water. Althans niet aangesloten op een netwerk van leidingen of kabels. Kunt u zich dat voorstellen? Waarschijnlijk niet meer. Ik wel. Ik ben namelijk geboren op een boerderij in Groningen aan het Eemskanaal, dicht bij het kleine plaatsje Woltersum. In mijn jeugdjaren hadden wij op die boerderij geen aansluiting op het gas-, water- of elektriciteitsnet. Van alles verstoken zou je dan denken. Maar in de praktijk viel dat reuze mee. Telefoonaansluiting was er overigens al wel, zelfs al voor de oorlog heeft mijn vader me ooit verteld. Wat het voor mij eigenlijk betekende was volledige vrijheid en in alles zelfvoorzienend. Hoe dan? Dat zal ik uitleggen.

Mijn vader was behoorlijk technisch aangelegd, dus had hij zijn eigen aggregaat gebouwd dat draaide op dieselolie. Hier stonden ongeveer twintig  accu’s op aangesloten en zodoende hadden we ons eigen elektriciteitsnet van 12V. We hadden op een zeker moment een drachtig paard. En een paard gaat liggen als het een veulen krijgt. Uiteraard wilde mijn vader daar bij aanwezig zijn. Daarom had hij een systeempje aangelegd: als het paard ging liggen, ging het licht in de slaapkamer van mijn ouders branden. Het paard had namelijk een elastiek om haar lijf, dat een trekschakelaar activeerde zodat het licht aanging. Dat is hoe wij in die tijd met onze elektriciteit omgingen. En ons gassysteem was niet meer dan een gasfles die aangesloten was op een gaslamp.

Daarnaast hadden we ook een aantal waterputten om onze boerderij liggen, in één daarvan zaten kikkers. Hier haalde mijn moeder het drinkwater uit, dat ze altijd eerst kookte. Toch weet ik nu dat het gezond genoeg was om het te drinken, juist omdat er kikkers inzaten. Misschien heb ik wel een grotere immuniteit opgebouwd door dit drinkwater in mijn jeugd te drinken. De andere put was aangesloten op het toilet. Een pompje (op 12 V) zorgde ervoor dat de tank boven het toilet gevuld was met water. Riolering was er uiteraard ook niet, dus hadden we een septische tank.

Soms verlang ik wel eens terug naar die tijd; niet afhankelijk van al die netwerken zijn. Toch kan ik me voorstellen dat het terugkomt. Dat we weer vooruit naar vroeger gaan. Een prachtig voorbeeld daarvan vind ik het Deense eiland Samsø. Een eiland wat volledig zelfvoorzienend is.

Uiteraard was mijn vaders methode niet duurzaam, want hij moest nog wel ergens dieselolie en gasflessen kopen. Maar mijn eigen systeem zou in de toekomst wel volhoudend kunnen zijn: zonnepanelen die me genoeg elektriciteit leveren voor mijn eigen gebruik en geen gebruik van gas meer maken. Het probleem is echter dat het niet goed verdeeld is; in de winter heb ik meer nodig, maar produceer ik minder. Dit geldt natuurlijk in mindere mate ook voor dag en nacht. Dus waar ik nu naar zoek is opslagmogelijkheden voor de stroom uit mijn panelen en voor de warmte uit mijn collectoren. Als ik dat via respectievelijk accu’s en aardwarmte doe heb ik een systeem dat volhoudbaar is. Ook de warmtepomp kan me daarbij helpen. Daarnaast gebruik ik grijs water (dus regenwater) voor de planten en voor autowassen. Dat wil ik in de toekomst ook voor mijn toilet gebruiken.

Op die manier hoop ik dat ik weer terug ga naar de basis die mij zo goed bevallen is. Uiteindelijk zou ik dus weer terug willen naar zoals het vroeger was, maar dan wel met de mogelijkheden die de moderne technologie op het gebied van duurzaamheid biedt!

Af en toe kom je verhalen tegen waarvan je automatisch al een glimlach op je mond krijgt. Zo ook met Dick Sybenga. De DIT-redactie kwam hem tegen in de hoedanigheid van ‘ervaringsdeskundige’ tijdens de bijeenkomsten in het kader van Zon zoekt Drent. En toen bleek dat hij ook een bijzonder verhaal te vertellen had.

(photo credit: alan.stoddard)


Over de auteur

Dick Sybenga