Afval bestaat niet


100 Assenaren gaan in 100 dagen tijd op weg naar een leven 100% restafvalvrij. Cindy de Jonge, ecologisch hovenier en meewerkend voorman van een gezin van vier, gaat de uitdaging aan. Iedere twee weken deelt zij met ons de tussenstand.

De eerste licht cynische opmerkingen hebben ons gezin al bereikt. Waarom zullen we afval scheiden nu de olie zo goedkoop is? Nieuw gedolven grondstoffen zijn immers goedkoper dan het produceren van producten met gerecyclede materialen. Het zet me toch even aan het denken, het moet toch niet gekker worden.

Afval bestaat niet, we verzamelen grondstoffen in – dat werd ons voorgehouden op de startbijeenkomst van 100-100-100. Mijn moeder weet dat al jaren, en is de komende 100 dagen ook één van de (bijna) 100. Versleten panty’s worden bij haar schepnetten, poppen of binddraden. De op 1 januari opgezochte vuurpijlstokjes doen nu dienst als plantenstekers en aanmaakhout. Melkdoppen wielen voor autootjes. Versleten kleding wordt vakkundig ontdaan van mooie labels, glimmende knopen en nog werkende ritsen. Voor een glimmende schroef of spijker op straat stapt ze af. Menig na stormachtig weer gedumpte paraplu krijgt asiel bij haar; mooie dunne stof, dus kwamen er geknutselde bootjes, met vlaggetjes en minivliegertjes in alle denkbare kleuren. Menig kinderfeestje is opgeleukt door de materialen en creativiteit van oma.

Ik herinner me nog de vakanties. De versleten maillots kwamen weer tevoorschijn. De kapotte knie knipte ze eruit. “Voila, korte broek met bijbehorende lange kousen, ga jij maar weer lekker buiten spelen.” En dan al die oploskoffiepotten en margarinebakjes, een hele vloot ondertussen. Perfect gerangschikt met diverse inhoud. Haakjes, schroefjes, spijkers, kralen, knopen, in alle kleuren en maten.

Zelf heb ik regelmatig de behoefte om nog meer te ‘ontspullen’, maar ik kan me ook volledig vinden in het idee dat je spullen zorgvuldig gesorteerd hebben, net zo goed rust geeft in je bovenkamer. Heel soms roept mijn moeders gedrag irritatie op. Gooi toch weg, denk ik dan. Je hoeft echt niet alles te bewaren (lees: als haar ooit wat overkomt en haar huis moet leeg…). Maar vaker oogst ze mijn respect, voor haar gevoel voor waarde, die ze toedicht aan de diverse grondstoffen. En nog meer respect voor het feit dat ze exact weet waar in haar huis alles ligt. Of de kleinkinderen met haar willen knutselen, de bouwmarkt dicht is tijdens het doe-het-zelven of kleding een tweede ronde verdient met nieuwe rits of knoop; niet meteen naar de winkel, eerst bij oma op bezoek.

Deze week luidde de opdracht: waar heb jij in huis prullenbakken staan en op welke plek in huis ‘ontstaat’ het meeste afval? Mijn moeder laat een oud klein dropemmertje zien dat op het aanrecht staat. “Is voor mijn restafval,” zegt ze. “Wil jij het doorgeven op het 100-100-100 platform? Ik ben zelf niet zo handig…”

Ze moest eens weten hoe inspirerend ze kan zijn.

Fotocredit banner: Istock


Locatie

Assen

DiT is

cindy de jonge

Cindy de Jonge